Aan het eind van de zomer van 2003 besloot ik, nadat ik wekenlang in het mooie weer in de tuin een overdosis misdaadliteratuur had geconsumeerd, plotseling om maar eens zelf een boek te schrijven. Het kostte me eerst drie slapeloze nachten om een plot te bedenken, daarna drie weken om het op te schrijven en tenslotte nog eens drie weken corrigeren en rangschikken.

Klik op het plaatje
om het manuscript te lezen


 

De hoofdpersoon en ikfiguur is Willem (Wim) Beetsma die in de gevangenis een langdurige straf voor poging tot afpersing uitzit. Maar tegelijk wordt ook een verslag gegeven van de leider van het onderzoek naar Wim Beetsma, commissaris Lodewijk Geel.
Geel is er van overtuigd dat Beetsma niet alleen een afperser en een ex-oplichter is, maar dat hij veel meer op zijn geweten heeft, ondermeer een moord op een handlanger. Beetsma is voor Geel de meest verachtelijke figuur die hij kent. Hun beider verhaal wordt onafhankelijk verteld. Het blijft aan de lezer om te bepalen welke van de twee lezingen zijn voorkeur heeft of het meest geloofwaardig is.
Beetsma heeft drie passies: vrouwen, (jazz)muziek en technologie.Hij beschrijft zijn levensverhaal: studie, langdurig verblijf in Suriname en Curaçao, doorspekt met (romantische) avonturen. Het meest uitgebreid wordt een periode in Suriname beschreven, waar hij in het binnenland een aanvankelijk succesvolle ananaskwekerij opzet en waar hij de grote liefde van zijn leven ontmoet en beleeft.
Verspreid over het boek geeft Beetsma een tiental cursief gedrukte “ideeën”, volgens hem maatschappelijk relevante concepten. Hij wil hierover met lezers via e-mail in discussie gaan om de verveling tijdens zijn detentie te verdrijven.
Als Beetsma uit Suriname en Curaçao (waar hij meewerkt aan semi-legale activiteiten van de gewone zakenwereld) terugkomt in Nederland, ondergaat hij langzaam het proces van afglijden naar de criminaliteit. Hij begint als “klokkenluider” die een “ontslagpremie” weet te bedingen, gaat over naar “legale” oplichting en vervolgens naar echte illegale oplichting. Uiteindelijk besluit hij – volgens hem in hoofdzaak om nog iets te redden van de ooit mislukte liefde – om nog één financiële klapper te maken: een afpersingszaak. Liefst zo geweldloos mogelijk, maar dat lukt niet helemaal.
Er zijn in het boek drie thema’s, drie spanningsvelden:
- Wie heeft gelijk, welk verhaal is het meest plausibel, dat van Beetsma of dat van Geel?
- Hoe wordt iemand langzamerhand de criminaliteit ingetrokken ondermeer door wat hij aan activiteiten van de “normale” maatschappij om zich heen waarneemt?
- Het derde thema moet de lezer zelf maar uitvinden. Een beetje verrassing moet er blijven in een misdaadroman.

Natuurlijk zou ik het leuk vinden als je op het manuscript zou willen reageren met opmerkingen op mijn e-mail